7. Reflectie
Brussels Philharmonic - Foto © Wouter Van Vaerenbergh
Terugblikken, onderzoeken en evalueren zijn essentieel om beleid te verbeteren. Zo evalueerden we de impact van de beurzen vakmanschap, legden we het Vlaamse gamebeleid onder de loep, onderzochten we waarom steeds minder kinderen buiten spelen en brachten we het filmbezoek in Vlaanderen in kaart.

7.1 Investeren in vakmanschap: balans en aanbevelingen na vijf jaar beurzen

7.2 Bovenlokale samenwerking weerspiegeld in meer dan 300 cultuurprojecten

7.3 Steeds minder kinderen spelen buiten: tijd voor actie!

7.4 Op weg naar een duurzaam beleid voor kunstenerfgoed

7.5 Studie legt basis voor ambitieus Vlaams gamebeleid

7.6 Cultureelerfgoedconvenants: dynamische partnerschappen met lokale besturen

7.7 Nieuw onderzoek brengt filmbezoek in kaart
7.1 Investeren in vakmanschap: balans en aanbevelingen na vijf jaar beurzen
De voorbije jaren kende de Vlaamse overheid ongeveer 120 beurzen toe voor het doorgeven van vakmanschap in meester-leerlingtrajecten. Een evaluatie in opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd en Media onderzocht de impact van die steun. De conclusie: de beurzen waren zeer succesvol, maar botsten ook op hinderpalen. Willen we vakmanschap in Vlaanderen een mooie toekomst geven, dan krijgt de ondersteuning best een structurele plaats in het cultureelerfgoedbeleid.
Beurzen als zuurstof voor kennisoverdracht
Vakmanschap is immaterieel cultureel erfgoed: kennis en vaardigheden met wortels in traditie, in de hoofden en handen van mensen. Maar vakmanschap is ook kwetsbaar erfgoed: zonder overdracht aan toekomstige generaties dreigt het verloren te gaan.
Met de beurzen kregen vaklieden tijd en ruimte om intensief samen te werken met gepassioneerde leerlingen. Daarbij kregen ze advies en begeleiding van deskundige organisaties uit de erfgoedsector.

Foto © Michiel Devijver
Onderzoek naar impact en toekomst van beurzen
Na vijf indienrondes was het tijd voor een terugblik en liet het departement een grondige evaluatie uitvoeren door Kessel Consultants en Raadsaam Erfgoedprojecten (2024-2025).
De onderzoekers analyseerden zowel goedgekeurde als niet-geselecteerde trajecten en spraken met alle mogelijke betrokkenen. Ze keken ook naar de toekomt: hoe kan de Vlaamse overheid de ondersteuning van vakmanschap een duurzame plek geven in haar cultuurbeleid?
Wat waren de sterktes?
- Meesters en leerlingen voelden zich erkend en gesteund: de beurzen boden tijd en financiële ademruimte om zich te verdiepen in hun vak.
- De trajecten waren over heel Vlaanderen gespreid, zowel in dorpen als in grote steden.
- Ze waren zeer divers, zowel qua disciplines als qua aanpak.
- Ze hielpen veel leerlingen om professionele stappen te zetten.
Waar zaten de knelpunten?
- Administratieve lasten vormen een drempel voor veel vakmensen.
- Er was vaak onduidelijkheid over het statuut van deelnemers, bijvoorbeeld rond werkloosheidsuitkeringen, pensioenen of fiscaliteit.
- De subsidieregeling is onvoldoende afgestemd op andere beleidsdomeinen, zoals onderwijs, onroerend erfgoed, ondernemerschap en innovatie.
Naar een mooie toekomst voor vakmanschap
Het evaluatierapport bevat een hele reeks aanbevelingen om vakmanschap in Vlaanderen niet verloren te laten gaan. De onderzoekers pleiten voor:
- een duurzame subsidieregeling voor de ondersteuning van vakmanschap, bij voorkeur via een structurele inbedding in het cultureel-erfgoedbeleid;
- meer samenwerking met onderwijs;
- duidelijkheid over de fiscale gevolgen en de impact op de sociale zekerheid;
- meer zichtbaarheid en waardering voor vakmanschap in de samenleving.
Het departement gaat in 2026 aan de slag met deze beleidsaanbevelingen, samen met de Vlaamse minister van Cultuur. Die heeft alvast aangekondigd dat ze verdere stappen wil zetten om vakmanschap duurzaam te verankeren in het beleid.
Meer weten?
- Lees meer over de evaluatie en de aanbevelingen in de samenvatting van het eindrapport.
- Benieuwd naar de trajecten die een beurs hebben gekregen? Neem een kijkje op Immaterieelerfgoed.be.
M Leuven - Foto © Michiel Devijver
7.2 Bovenlokale samenwerking weerspiegeld in meer dan 300 cultuurprojecten
Sinds 2019 ondersteunt Vlaanderen bovenlokale cultuurprojecten via een specifieke subsidielijn. In zeven jaar tijd kregen 311 bijzondere projecten steun, goed voor ruim 29 miljoen euro. De projecten laten een sterk en divers bovenlokaal cultuurveld zien, waar samenwerking en vernieuwing centraal staat. Net het doel dat de Vlaamse overheid voor ogen had.
De subsidielijn bovenlokale cultuurprojecten maakt deel uit van het Bovenlokaal Cultuurdecreet van 2018. Dat decreet kwam er onder meer door de stopzetting van de provinciale cultuursubsidies. Het decreet voorziet naast projectsubsidies ook steun aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (IGS) en aan het steunpunt OP/TIL.
Grote interesse: bijna 1.000 aanvragen
Het Departement Cultuur, Jeugd en Media organiseerde van 2019 tot 2025 veertien indienrondes (twee per jaar) voor cultuur- of jeugdorganisaties en lokale besturen. De cijfers tonen een sterke dynamiek:
- bijna 1.000 projectvoorstellen van organisaties uit Vlaanderen en Brussel;
- 311 goedgekeurde projecten;
- gemiddeld ongeveer 2,3 miljoen euro per projectronde;
- gemiddeld 95.000 euro per project.
Vanaf 2027 is het nieuwe Bovenlokaalcultuurdecreet aan zet. Daarin blijft de subsidielijn voor grote cultuurprojecten behouden.
Maker Faire Gent 2025 - Aanvrager: Make In Belgium
Bruggen slaan tussen sectoren en domeinen
De projectlijn stimuleert organisaties en lokale besturen om samen te werken
- over disciplines heen: met andere actoren uit de ruime cultuur- en jeugdsector;
- met andere beleidsdomeinen, zoals welzijn, onderwijs, toerisme, economie, erfgoed, natuur of sport.
Met die kruisbestuiving wil de Vlaamse overheid het bovenlokale cultuurlandschap verder versterken en diverser maken, en vooral vernieuwende en experimentele initiatieven aanmoedigen. De subsidie geeft organisaties de ruimte om bruggen te slaan, ideeën op grotere schaal te realiseren en een nieuw publiek aan te boren.
Zichtbare impact
In 2025 publiceerde het steunpunt OP/TIL het fraaie magazine 5 jaar bovenlokale cultuurprojecten, een verzameling praktijkverhalen, inzichten en reflecties. Daarin illustreert het steunpunt op een toegankelijke manier de impact van deze subsidiestroom op het Vlaamse cultuurlandschap. Door grote(re) projecten gericht en efficiënt te ondersteunen investeert de Vlaamse overheid mee in een sterk bovenlokaal cultuurbeleid.
Cultuurweken Middelheim - Foto © Jeroen Broeckx
7.3 Steeds minder kinderen spelen buiten: tijd voor actie!
Buitenspelen staat onder druk in Vlaanderen en Brussel. Uit het recente Buitenspeelonderzoek van Kind & Samenleving blijkt dat nog maar één op de drie kinderen buiten speelt. In 2019 was dat nog bijna de helft. Vooral kleuters en oudere meisjes blijven vaker binnen.
Een zorgwekkende trend, want buitenspelen is essentieel voor de fysieke, mentale en sociale ontwikkeling van kinderen. Daarom liet het Departement Cultuur, Jeugd en Media onderzoeken hoeveel kinderen buiten spelen en hoe of waar ze dat doen.
Minder variatie in speelvormen
Het speelgedrag van kinderen verandert:
- 60% van het buitenspel vindt plaats in aangelegde zones, zoals parken, sportvelden en speelterreinen.
- Spelen op straat of pleintjes neemt af.
- Sportplekken trekken vooral jongens aan.
Dat zorgt voor minder variatie in speelvormen. Kinderen die zich niet aangesproken voelen door sportvelden of speeltoestellen, blijven vaker binnen. Bovendien worden spontane speelplekken zoals stoepen of grasveldjes steeds vaker als overlast gezien, wat de speelkansen verder beperkt.
De ijsjesnorm: is speelruimte toegankelijk genoeg?
Een belangrijke drempel is de nabijheid van speelruimte. Daarom stelde de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS) de ‘ijsjesnorm’ voor:
- Kinderen vertrekken thuis met een ijsje.
- Bij aankomst aan het dichtstbijzijnde speelpleintje meten ze hoeveel er nog van overblijft.
Is het ijsje al op of gesmolten? Dan ligt het speelplein mogelijk te ver weg. De ijsjesnorm maakt op een ludieke manier duidelijk hoe belangrijk bereikbaarheid en toegankelijkheid zijn.
IJsjesnorm lancering in Temse - Video © VRT NWS
Een duidelijke wake-upcall
De cijfers uit het Buitenspeelonderzoek vragen om actie. Investeren in veilige, toegankelijke en gevarieerde speelruimte is noodzakelijk om het tij te keren.
Binnen het jeugdbeleid en in het jeugd- en kinderrrechtenbeleidsplan 2025-2029 is 'Ruimte om jong te zijn' een blijvende prioriteit. Lokale besturen, jeugdorganisaties en burgers worden aangemoedigd om samen buurten te creëren waar kinderen zich vrij kunnen uitleven. Want elk kind verdient een plek in de buurt om te spelen en te ontdekken, elke dag opnieuw.
- Lees meer over het Buitenspeelonderzoek.
- Ontdek alles over de ijsjesnorm op Buitenspelen.be.
Circus Ronaldo - Foto © Frauke Verreyde
7.4 Op weg naar een duurzaam beleid voor kunstenerfgoed
In 2025 evalueerde het Departement Cultuur, Jeugd en Media op vraag van de Vlaamse minister van Cultuur de voorbije initiatieven rond kunstenerfgoed. Daaruit bleek dat het traject een positieve impact heeft gehad op de sector, maar dat verdere structurele stappen nodig zijn. Daarom besliste de minister eind 2025 om nieuwe initiatieven op te starten om het beleid rond kunstenerfgoed te verduurzamen.
Pilootprojecten leveren kennis en inzichten
Met de twee oproepen voor pilootprojecten rond nalatenschappen kunstenerfgoed (2023-2024) onderzochten we hoe artistieke nalatenschappen beter beheerd, bewaard en geheractiveerd kunnen worden. De 25 ondersteunde projecten en het bijhorende intervisietraject leverden heel wat kennis en inzichten op, die we in een digitale brochure bundelden.
Op 22 maart organiseerden we samen met FARO en Kunstenpunt een sectordag met 220 deelnemers. Daar bespraken we de urgente thema’s, die we nadien opnamen in onze evaluatienota aan de minister. Ook eerdere aanbevelingen uit het onderzoek naar de dienstverlening rond kunstenerfgoed uit 2023 werden in die nota geïntegreerd.
Wat leert de evaluatie?
Het traject heeft de sector een boost gegeven. De pilootprojecten zorgden voor een stimulans in het borgen van belangrijke nalatenschappen en de opbouw van expertise en kennis in de omgang met kunstenerfgoed. Verder hebben verschillende organisaties hun dienstverlenende werking uitgediept rond het thema.
Toch blijven er nog heel wat vragen en is het werk nog niet af. In onze evaluatie hebben we dat samengevat in vijf thema’s:
- Verfijning en optimalisatie van de dienstverlening
- Verder onderzoek naar de noden rond de fysieke en digitale bewaring
- Noodzaak van een platform voor kennisdeling en sensibilisering
- Verheldering van het beleid voor organisaties op de grens tussen erfgoed en kunsten
- Heractivering van kunstenerfgoed door de kunstensector.
Nieuwe stappen vanaf 2026
Op basis van de evaluatie besliste de minister om nieuwe beleidsinitiatieven op te starten in het kader van de hertekening van het landschap van de eigen museale instellingen en de doorstart van de beeldende kunsten (2026-2029). Het doel is een helder en duurzaam beleidskader te creëren, zodat de sector daarna zelf het voortouw kan nemen rond kunstenerfgoed.
Dat doen we via een participatief traject met organisaties die een dienstverlenende rol opnemen rond kunstenerfgoed. Samen willen we de dienstverlening versterken en de rollen en taken beter afstemmen.
Kunstenerfgoed leeft
De komende jaren zetten we verdere stappen om kunstenaars, kunstenorganisaties en erfgenamen van waardevol kunstenerfgoed beter te begeleiden.
Wil je op de hoogte blijven? Volg onze nieuwsbrieven en webpagina over kunstenerfgoed.
Foto © Isaac Ponseele
7.5 Studie legt basis voor ambitieus Vlaams gamebeleid
De Vlaamse gamesector groeit snel, maar staat tegelijk voor belangrijke uitdagingen. De studie Vlaams Gamebeleid (IDEA Consult), in opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd en Media en de Vlaamse minister van Media, brengt voor het eerst alles samen: sterktes, knelpunten en beleidsaanbevelingen. De ambitie is duidelijk: Vlaanderen verankeren in de Europese (sub)top én bouwen aan een duurzaam game‑ecosysteem.
Sterke groei, maar nood aan verdere professionalisering
De Vlaamse gamesector zit in de lift: van 90 gamebedrijven in 2022 naar 128 in 2024. Vlaanderen beschikt over internationaal gewaardeerd talent, mede dankzij opleidingen zoals Digital Arts & Entertainment (Howest) en Game Design (LUCA).
Tegelijk blijft het economische landschap fragiel:
- veel kleine start-ups, weinig middelgrote groeibedrijven;
- stijgende productie- en marketingkosten;
- sterke internationale concurrentie in een verzadigde wereldmarkt.
Drie speerpunten voor toekomstig beleid
De studie schuift drie prioriteiten naar voor:
- Investeringsklare bedrijven
- inzetten op bedrijfsontwikkeling en coaching;
- betere toegang tot (risico)kapitaal;
- een gefaseerd acceleratieprogramma om groei en toekomstgerichte businessmodellen te ondersteunen.
- Internationale profilering
- Vlaanderen nog sterker positioneren bij partners en investeerders;
- buitenlandse projecten aantrekken.
- Slimmere ondersteuning
- instrumenten als VAF/Gamefonds, taxshelter en Flanders Game Hub beter op elkaar afstemmen;
- één centrale ‘wegwijzer’ als aanspreekpunt voor de sector.
Gamebeleid 2026-2030: investeren in een sector met impact
De studie vormt de basis voor een nieuwe visienota Vlaams Gamebeleid (2026-2030), waarmee Vlaanderen zijn positie als innovatieve en creatieve regio in Europa wil versterken. Het Departement Cultuur, Jeugd en Media werkt daarvoor samen met alle betrokken partners.
Met de studie zet Vlaanderen een eerste stap naar een ambitieus en duurzaam gamebeleid voor de komende vijf jaar, onder het motto: inspelen op de uitdagingen van vandaag en voorbereid zijn op de internationale competitie van morgen. Want de gamesector is veel meer dan entertainment: hij stimuleert innovatie, technologische ontwikkeling en werkgelegenheid. Vlaanderen wil die motor nog krachtiger laten draaien.
Dijk 92 - Foto © Dirk Wollaert
7.6 25 jaar cultureelerfgoedconvenants: dynamische partnerschappen met lokale besturen
Al 25 jaar zijn de cultureelerfgoedconvenants het kloppende hart van het bovenlokale cultureelerfgoedbeleid in Vlaanderen en Brussel. Wat in 2000 begon als een experiment met drie steden, groeide uit tot een inspirerend netwerk van 27 partnerschappen. In het jubileumjaar 2025 zetten we dit unieke instrument in de kijker.
Groeiend netwerk van partnerschappen
In 2000 sloot Vlaanderen drie experimentele convenants met Antwerpen, Brugge en Gent. Dat initiatief bleek succesvol en groeide uit tot een gewaardeerd beleidsinstrument:
- De convenants brachten een actief netwerk van 27 cultureelerfgoedcellen tot stand.
- Via de convenants werken de Vlaamse overheid en lokale besturen samen om de zorg voor en omgang met cultureel erfgoed te versterken.
Vandaag zijn er convenants met 27 partners: 21 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de steden Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven en Mechelen, en de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

Foto © STAM
Een jubileum in beeld
Om een kwarteeuw engagement te vieren, lanceerden we het digitale magazine 25 jaar cultureelerfgoedconvenants in Vlaanderen en Brussel. Daarin lees je
- hoe het convenant sinds het eerste experiment in 2000 stevig verankerd geraakt is in de opeenvolgende decreten;
- hoe het partnerschap tussen lokale besturen en de Vlaamse overheid door de jaren heen geëvolueerd is;
- hoe die samenwerking niet alleen het beleid gevolgd, maar ook actief vormgegeven heeft.
Het netwerk feest mee
Ook het werkveld zette het jubileum in de kijker. Het steunpunt FARO besteedde aandacht aan 25 jaar convenants in zijn tijdschrift. De cultureelerfgoedcellen gingen bij elkaar op bezoek en deelden verhalen en initiatieven op sociale media. De viering van een beleidsinstrument werd zo een feestjaar van een heel netwerk.

Foto © Erfgoed Vlaamse Ardennen
Aanbevelingen voor beleid en sector
De interesse voor convenants bij lokale besturen blijft groot. Dankzij de financiële steun van Vlaanderen kunnen ze hun bovenlokaal cultureelerfgoedbeleid uitbouwen.
In 2026 loopt een nieuwe aanvraagronde voor de volgende beleidsperiode. Zo kunnen nog meer lokale besturen hun erfgoedambities waarmaken. Nieuwe samenwerkingsverbanden staan klaar om een eerste aanvraag in te dienen en nieuwe cultureelerfgoedcellen op te richten. Zo bouwen we samen aan een toekomst waarin cultureel erfgoed blijft inspireren en verbinden.
Convenants vormen een stevige basis voor groei en innovatie. Ook samenwerking met andere sectoren zoals jeugd, toerisme of natuur draagt daartoe bij, wat bleek uit een aantal voorbeelden op de inspiratiedag Samen Sterker. Zo kan het beleid blijven inspelen op nieuwe uitdagingen en maatschappelijke veranderingen, met erfgoed als verbindende kracht.
Foto © VRT
7.7 Nieuw onderzoek brengt filmbezoek in kaart
Wie gaat er naar de film, waarom en hoe vaak? In opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd en Media en het Vlaamse Audiovisueel Fonds (VAF) onderzocht Indiville het profiel, gedrag, de verwachtingen en motieven van filmbezoekers in Vlaanderen en Brussel in 2024. De inzichten helpen om het filmbezoek te versterken en het evoluerende vertonerlandschap relevant en divers te houden.
Het onderzoek peilde naar de filmbeleving en motivatie van diverse publieksgroepen die buitenshuis een film bekijken. Het focuste op bioscopen en andere vertoningsplekken in Vlaanderen en Brussel en betrok ook niet-bezoekers.
Wie gaat naar de bioscoop en hoe vaak?
Leeftijd en opleidingsniveau spelen een rol
- Jongeren en hoger opgeleide personen worden vaker bereikt en gaan ook frequenter naar de bioscoop:
- 87% van de 16–25‑jarigen gaat minstens één keer naar de film
- bij 65‑plussers is dat 41%.
- Gezinnen met (jonge) kinderen worden vaker bereikt (75%) dan alleenwonenden of gezinnen zonder inwonende kinderen.
Impact van streaming
- 62% van de Vlamingen heeft toegang tot streamingplatformen.
- 47% zegt minder vaak naar de bioscoop te gaan omdat films sneller op streamingdiensten of on demand beschikbaar zijn.
- 32% is het daar niet mee eens.
Opvallend: vooral jongeren delen het gevoel van ‘snelle beschikbaarheid’, maar blijven tegelijk de trouwste bioscoopbezoekers.
Hoe kijken mensen naar Vlaamse film?
De perceptie is dubbel. Vlaamse films worden gewaardeerd om hun herkenbaarheid en culturele waarde. Tegelijk worden ze vaak geassocieerd met zware thema’s en minder spektakel. Gevolg:
- veel mensen wachten tot een Vlaamse film op tv of streaming verschijnt.
- de sense of urgency om hem in de bioscoop te zien ontbreekt soms.
Meer promotie, duiding en een sterkere beleving kunnen die drempel verlagen.
Aanbevelingen voor beleid en sector
Het onderzoeksrapport formuleert aanbevelingen voor beleidsmakers en actoren uit de sector.
Ter ondersteuning van het evoluerende vertonerslandschap:
- versterk de positie van cinema als unieke filmbeleving
- investeer in een comfortabele zaaluitrusting
Specifiek voor de Vlaamse film:
- zet de diversiteit in genres beter in de kijker
- creëer meer sense of urgency om Vlaamse films buitenshuis te bekijken.
> Raadpleeg het volledige onderzoeksrapport voor meer conclusies en aanbevelingen.
