25 pilootprojecten
Korte analyse pilootprojecten
De diversiteit in de verschillende pilootprojecten stond voorop. Zo werden er projecten ondersteund uit verschillende kunstdisciplines. Hoewel er veel parallellen te trekken zijn over de disciplines heen, heeft elke kunstvorm haar eigen unieke kenmerken. De grootste vraag kwam vanuit de beeldende kunst, gevolgd door de podiumkunsten.

“Het is interessant om tijdens het leven toch al stappen te ondernemen en om na te denken over de nalatenschap. De vraag stellen als kunstenaar: hoe wil ik herinnerd worden?”
Nele Luyts, Centrum Kunstarchieven Vlaanderen
Zowel kunstenaars, kunstenorganisaties als erfgenamen dienden projecten in. Uit de projecten blijkt hoe belangrijk het is dat kunstenaars tijdig aan de slag te gaan met hun artistieke nalatenschap en hierover in gesprek gaan. Erfgenamen staan immers voor een grote verantwoordelijkheid in het beheer van de nalatenschap, waarbij ze vaak moeilijke keuzes moeten maken.
Er is nood aan een collectief, globaal debat over de prioriteiten in de bewaring van nalatenschappen. Wiens nalatenschap wordt zorgvuldig bewaard? In de aanvragen en selectie van de pilootprojecten merken we dat het voornamelijk gaat over mannelijke kunstenaars op het einde van hun loopbaan of hun erfgenamen. Er zijn minder vrouwelijke kunstenaars vertegenwoordigd. Ook zijn er geen jongere kunstenaars geselecteerd als pilootproject, terwijl die mogelijk al aan het begin van hun loopbaan een visie ontwikkelen voor hun nalatenschappen. Verdere analyse van deze inzichten is nodig.
De doelstellingen en thema’s van de projecten waren zeer divers, wat de mogelijkheid bood om heel wat ervaringen over verschillende uitdagingen te verzamelen.


Archief Circus Ronaldo © Frauke Verreyde
De samenwerking met een erfgoedpartner werd vanuit het subsidiereglement aanbevolen. Het bleek zeer waardevol om een professionele partner te betrekken voor de begeleiding van de diverse stappen, om de nalatenschap in kaart te brengen en te ontsluiten. Ieder project deed dit op zijn eigen manier. Vaak werd er een landelijke dienstverlener betrokken, zoals VAi, CEMPER en CKV, maar er werd ook samengewerkt met collectiebeherende instellingen (musea, archieven of erfgoedbibliotheken) en universiteiten. Soms gaf een netwerk van (boven)lokale partners de grootste meerwaarde aan het project, zeker buiten de grootsteden. Het was echter niet altijd eenvoudig om aansluiting te vinden bij een erfgoedpartner, dit omdat een nalatenschap soms niet binnen de scope van een erfgoedorganisatie viel.
In de bijlage bij deze publicatie vind je het overzicht van de 25 pilootprojecten. Hieruit kun je heel wat inspiratie halen.